Skip to main content

Full text of "Arseenzuur Vergiftiging"

See other formats


Aantekenen met ontvangstbevestiging 

Aan Afvalsturing Friesland N.V. 
t.a.v. Margreeth de Boer 
President-commissaris van 
de Raad van Commissarissen 
Postbus 1622 
890 1 BX Leeuwarden 
Open Brief 

Sint Oedenrode 9 juni 2007 

Tevens, excl. bijlagen, verstuurd per fax 058-2157642 en per e-mail: 
mar.deboer@planet.nl aan Margreeth de Boer persoonlijk. 

0ns kenmerk: JJ/09067/vz 

Betreft: Mw. J.J. Jager (client)/ 

- Verzoek om de aanvoer, bewerking en afvoer van hout uit bouw- en 
sloopafval door het OMRIN bedrijf Jager Onroerend Goed en Beheer 
B.V. te Midwolde (Leek) en andere OMRIN bedrijven onmiddellijk te 
laten beeindigen. 

- Verzoek om bij alle gemeenten in Friesland en Groningen die 
maatregelen te treffen die ervoor zorgen dat het verlenen van 
sloopvergunningen en bouwvergunningen overeenkomstig de 
bouwverordening plaatsvinden, waarin voorschriften zijn 
opgenomen die ervoor zorgen dat het gewolmaniseerde hout op de 
sloop- of bouwplaats overeenkomstig de Europese Afvalstoffenlijst 
(EURAL) wordt gescheiden als gevaarlijk afval en gescheiden wordt 
afgevoerd en verwerkt als gevaarlijk afval door een erkende 
gevaarlijk afval verwerker. 

- Verzoek om de honderden miljarden schade die de Nederlandse 
houtimpregneerbedrijven hebben veroorzaakt als gevolg van de 
levering van hun geproduceerde gebrekkige producten, in casu 
geimpregneerd hout, overeenkomstig uw eigen schrijven d.d. 19 
augustus 1996 als voormalig minister van VROM te verhalen bij 
alle houtimpregneerbedrijven die betreffende "gebrekkige 
producten" hebben geproduceerd en aan de hierover foutief 
voorgelichte consumenten hebben verkocht. 

Geachte Mevrouw de Boer, 

Namens mw. J.J. Jager , wonende aan Hoofdstraat 101, te 9355 TB 
Midwolde, hierna te noemen: client, berichten wij u als volgt: 

Bijgevoegd vindt u een afschrift van het aangetekend schrijven d.d. 6 juli 
1997 die ondergetekende aan u heeft laten toekomen toen u nog Minister 
van VROM was ( zie productie 1 ). Wij verzoeken u kennis te nemen van de 
inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen. 
In die brief staat letterlijk het volgende geschreven: 



AANTEKENEN 

Sint Oedenrode, 6 juli 1997. 

Tevens verstuurd per fax 070 - 3391305 op 6 juli 1997. 

Mijn kenmerk: VRO/06077 

Aan: M. de Boer (persoonlijk), 
minister van VROM, 
Postbus 20951, 
2500 EZ 's-Gravenhage. 

Excellentie, 

Bijgevoegd vindt U mijn brief van 6 juli 1997 aan Dr. E. Borst-Eilers, minister van VWS 
(bijlage). Ik verzoek U kennis te nemen van de inhoud. 

Uit die inhoud kunt U opmaken dat Hickson Garantor B.V. te Nijmegen met het 
gebruik van arseenzuur in het bestrijdingsmiddel Superwolmanzout-Co (toel. nr. 
8228N) handelt in strijd met de Verordening (EG)nr. 142/97 van de Commissie van 27 
I'anuari 1997. 



Ik richt aan U, als verantwoordelijk minister van VROM, het verzoek er bij de minister 
van VWS op aan te dringen dat op grond van bovengenoemde EG-Verordening het 
bestrijdingsmiddel Superwolmanzout-Co (toel.nr. 8228N) van Hickson Garantor B.V. 
voor 21 juli 1997 moet zijn ingetrokken. 
Tevens verzoek ik U mij dat schriftelijk te bevestigen. 

Behoudens Uw schriftelijke bevestiging binnen 14 dagen na heden (voor 21 juli 1997) 
ga ik ervan uit dat ook U, als verantwoordelijk minister van VROM, daarmee passief 
gedoogd dat Hickson Garantor B.V. bovengenoemde EG-Verordening overtreedt. 
In dat geval zal ik deze zaak aanhangig maken bij de Commissie van de Europese 
Gemeenschappen wegens niet-naleving van het Gemeenschapsrecht door lidstaat 
Nederland. Daarbij zal ik deze brief overleggen. 

Hoogachtend, 

Ing. A.M.L. van Rooij, 

Milieu- en veiligheidskundige. 

Bijlage: 

Mijn brief d.d. 6 juli 1997 aan Dr. E. Borst -Eilers, minister van VWS (8 pagina's). 



Op deze brief d.d. 7 juli 1997 hebt u als voormalig minister van VROM nooit 
gereageerd ondanks de vele verzoeken daarom. U bent dan ook zeer 
nadrukkelijk persoonlijk verantwoordelijk en aansprakelijk voor het 
overtreden van de Europese Verordening (EG) nr. 142/97 van de Commissie 
van 27 januari 1997 door Hickson Garantor B.V. (thans: Arch Timber 
Protection B.V.), de daaruit ontstane massale vergiftiging met miljoenen 
kilogrammen kankerverwekkend arseenzuur en de miljoenen mensen die als 
gevolg daarvan ernstig ziek zullen worden en kanker zullen krijgen. 

Bijgevoegd vindt u een afschrift van het aangetekend schrijven d.d. 30 
november 1997 die ondergetekende aan u heeft laten toekomen toen u nog 
Minister van VROM was ( zie productie 2 ). Wij verzoeken u kennis te nemen 
van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen. 

2 



In die brief staat letterlijk het volgende geschreven: 



Aantekenen + ontvangstbevestiging. 

Sint Oedenrode, 30 november 1997. 

Mijn kenmerk: VRO/30117. 

Aan: M. de Boer (persoonlijk), 
Minister van VROM, 
Postbus 20951, 
2500 EZ 's-Gravenhage. 

Excellentie, 

Hierbij wil ik U mijn volgende brieven over "superwolmanzout-Co" en 
"gewolmaniseerd hout" opnieuw onder uw aandacht brengen. 

Bijgevoegd vindt U: 

1. Mijn brief van 16 februari 1992 aan J.G.M. Alders, minister van VROM (3 pagina's). 

2. Brief van 12 maart 1992 (kenmerk: SBM/26292002) van minister Alders van 
VROM als antwoord op mijn brief onder "punt 1"(1 pagina). 

Uit die inhoud kunt U opmaken dat Van Swaaij Garantor B.V. (heden Hickson Garantor 
B.V. te Nijmegen) het bedrijf Gebr. Van Aarle B.V. te Sint Oedenrode kennelijk 
gebruikt als dekmantelbedrijf om via het door de Gebr. Van Aarle B.V. geproduceerde 
product "gewolmaniseerd hout" jaarlijks vele duizenden kg. uiterst giftig en 
kankerverwekkend arseenzuur en chroomtrioxide (chroom VI) diffuus in de 
compartimenten water, bodem en lucht van ons leefmilieu te brengen. 
Dit alles blijkbaar ten voordele van met name de metaalindustrie en ertssmelterijen 
(Billiton) en het bedrijf Hickson Garantor B.V. te Nijmegen; en ten koste van het 
leefbaar houden van geheel Nederland. Juist daarom heb ik Uw voorganger minister 
Alders een 12-tal vragen gesteld met als laatste vraag: 

Vraag 12. 

Bent U bereid het gehele Nederlandse volk via TV, radio en landelijke kranten eerlijk 

voor te lichten over de gevaars- en schadeaspecten van gewolmaniseerd hout? 

Zo ja, dan zal Nederland U dankbaar zijn. 

Zo nee, dan ben ik blij dat U dit alles op uw geweten heeft en niet ik. 

Als antwoord op mijn 12-tal vragen maakte minister Alders mij bij brief van 12 maart 
1992 kenbaar dat mijn 12-tal vragen geen nieuwe gezichtspunten opleverden en dat 
hij om die reden mijn brief en al mijn toekomstige brieven inhoudelijk niet meer zal 
beantwoorden. 

Bijgevoegd vindt U verder: 

3. Mijn brief van 30 april 1995 aan M. de Boer, minister van VROM. (4 pagina's) 

4. Brief van 23 mei 1995 (kenmerk: SBM/ 12595002) van minister de Boer van VROM 
als antwoord op mijn brief onder "punt 3" ( 1 pagina). 

Uit die inhoud kunt U opmaken dat U, als verantwoordelijk minister van VROM, 
inconsequent handelt voor wat betreft het mUieubeleid op o.a. de volgende punten: 

Ig inconsequentie: 

De Nederlandse burger moet bouwgrond die verontreinigd is met 33 mg/kg aan arseen 
en/ of 220 mg/kg aan chroom la ten saneren. Vervolgens mag hij op diezelfde schone 
bouwlocatie (met 50 procent aan milieusubsidie) een ecologisch gewolmaniseerde 



woning of schuur bouwen van hout dat, hoe ongelooflijk het ook klinkt, verontreinigd 
is met ten minste 1130 mg/kg aan arseen en 1580 mg/kg aan chroom. 

2g inconsequentie: 

De Nederlandse burger moet grond die verontreinigd is met meer dan 50 mg/kg aan 
arseen of chroom VI afvoeren als gevaarlijk afval. Daarvoor moet hij hoge 
verwerkingskosten betalen. 

De Nederlandse metaalindustrie en ertssmelterijen daarentegen kunnen hun uiterst 
sterk verontreinigd en gevaarlijk afval (zwaarste categorie) verkopen als grondstof 
voor Superwolmanzout-Co, om vervolgens hout daarmee vol te persen tot een 
concentratie van ten minste 1130 mg arseen (=22 x 50 mg) per kg. hout en 1580 mg 
chroom VI (= 3 1 x 50 mg) per kg. hout. Later komt al dat gif diffuus in ons milieu, 
want terugwinning uit gewolmaniseerd hout is technisch vrijwel onmogelijk en 
logistiek niet haalbaar. 

3g inconsequentie: 

Grond die verontreinigd is met 50 mg/kg aan arseen of chroom VI moet verwijderd en 
verwerkt worden als gevaarlijk afval. Gewolmaniseerd hout dat verontreinigd is met 
meer dan 1130 mg/kg aan arseen (= 22 x 50 mg/kg) en 1580 mg/kg aan chroom VI (= 
31 X 50 mg./kg), wordt merkwaardigerwijs verwijderd en verwerkt als niet gevaarlijk 
afval (schoon hout). 

Dit inconsequente milieubeleid van het ministerie van VROM leidt ertoe dat onjuist 
voorgelichte Nederlandse burgers onnodig grote bedragen aan (milieu)belasting 
moeten betalen. Daarnaast vergiftigen zij zichzelf en hun leefomgeving in alle 
onwetendheid met de meest kwalijke kankerverwekkende en genetisch schadelijke 
stoffen, zoals arseenzuur en chroomtrioxide (chroom VI). 

Die vergiftiging zal met zekerheid massaal kanker onder onze bevolking veroorzaken 
en mannen en vrouwen onvruchtbaar maken, en ons nageslacht erfelijk schaden. 
Het ministerie van VROM accepteert deze massale vergiftiging kennelijk ten voordele 
van de metaalindustrie en ertssmelterijen (BUliton) en belanghebbenden, waaronder 
Hickson Garantor B.V. te Nijmegen. 

Als antwoord op mijn brief met bovengenoemde inhoud maakt U mij bij brief van 
23 mei 1995 kenbaar dat U de conclusie van Uw voorganger minister Alders deelt, en 
mijn brief onder "punt 3" inhoudelijk niet zult beantwoorden. Dat geldt volgens Uw 
antwoord zelfs voor mijn toekomstige brieven aan de verantwoordelijk minister van 
VROM. 

Bijgevoegd vindt U verder: 

5. Mijn brief van 24 juli 1996 aan U, minister M de Boer van VROM (2 pagina's). 

6. Brief van 30 juli 1996 (kenmerk: SBM/ 96043241) van H.A.P.M. Pont, direkteur- 
generaal MUieubeheer VROM. (1 pagina). 

Uit die inhoud kunt U opmaken dat het door TAUW- Milieu te Deventer uitgevoerde 
analyse-onderzoek, van een gewolmaniseerde tuinhek van een ambtenaar uit de 
provincie Gelderland, heeft uitgewezen dat, dat gewolmaniseerde hout de volgende 
hoeveelheden en soorten aan uiterst giftige kankerverwekkende stoffen c.q. 
verbindingen bevatte: 

1700 mg/kg aan arseen (arseenzuur) 

2600 mg/kg aan chroom (chroomtrioxide) 

3 mg/kg aan cadmium 

8 mg/kg aan nikkel. 
Dit betekent zelfs dat 1 kg. gewolmaniseerd hout meerdere dodelijke dosissen aan 
arseen en chroom bevatten. 

Al die uiterst gevaarlijke stoffen en verbindingen komen diffuus in ons milieu terecht. 
Ze veroorzaken niet alleen kanker maar bevorderen ook de onvruchtbaarheid bij 
mannen en vrouwen en tasten ons erfelijk materiaal aan. Het product 
"gewolmaniseerd hout" brengt al deze stoffen diffuus in de compartimenten water. 



bodem en lucht. Ons leefmilieu wordt daarmee voor altijd vergiftigd. Deze gifstoffen 
komen vervolgens in onze voeding en drinkwater terecht, met alle rampzalige 
gevolgen voor ons en onze toekomstige generaties vandien. 

Daarom heb ik U, als verantwoordelijk minister van VROM, kenbaar gemaakt dat U op 
grond van artikel 10.4 uit de Wet Milieubeheer wettelijk verplicht bent om met 
onmiddelliike ingang een algemene maatregel van bestuur (AMvB) uit te vaardigen, die 
de impregneerbedrijven het verbod oplegt nog langer het product "gewolmaniseerd 
hout" te vervaardigen en aan een ander ter beschikking te stellen. 

Als antwoord op mijn bovengenoemde brief van 24 juli 1996 deelt de direkteur- 
generaal Milieubeheer H.A.P.M. Pont, namens U als verantwoordelijk minister van 
VROM, bij brief van 30 juli 1996 mij mede dat U de conclusie van Uw voorganger 
minister Alders blijft delen en om die reden mijn brief onder "punt 5" inhoudelijk niet 
zult beantwoorden . Datzelfde geldt, volgens Uw schrijven, voor al mijn toekomstige 
brieven aan de verantwoordelijke minister van VROM. 

Bijgevoegd vindt U verder: 

7. Mijn brief van 6 juli 1997 (kenmerk:VRO/ 06077) aan U, minister M. de Boer van 
VROM (3 pagina's). 

Uit die inhoud kunt U opmaken dat U, verantwoordelijk minister van VROM, met het 
toelaten van een jaarlijkse diffuse verspreiding van zo'n 300.000 kg. arseenzuur via 
het product "gewolmaniseerd hout", zelf in zeer ernstige mate in strijd met de EG- 
Verordeningen nrs. 793/93 en 142/97 handelt. Als zodanig weigert U uitvoering te 
geven aan bovengenoemde dwingend voorgeschreven Verordeningen vanuit de EBG. 
Ook op deze brief wenst U, als verantwoordelijk minister van VROM, inhoudelijk niet 
te reageren. 

Ik Verzoek U om herziening van Uw standpunt ten aanzien van het niet inhoudelijk 
beantwoorden van mijn brieven. 

Ik verzoek U dringend om Uw eerder ingenomen standpunt, om mijn bovengenoemde 
brieven en toekomstige brieven over "Superwolmanzout-Co" en "gewolmaniseerd 
hout" niet meer te beantwoorden, te herzien op grond van de volgende nieuwe feiten: 

Ig nieuwe feit: 

De door de Tweede Kamer op 12 november 1991 aangenomen motie van lid Willems 
(Groen Links) om arseenhoudende wolmanzouten te verbieden werd door uw 
voorganger minister Alders niet uitgevoerd. 

2g nieuwe feit: 

De door de Tweede Kamer op 19 november 1996 aangenomen motie van lid M.B. Vos 
c.s. (Groen Links) om arseenhoudende wolmanzouten te verbieden en gewolmaniseerd 
hout gescheiden in te zamelen en te verwerken als gevaarlijk afval, wordt door U als 
verantwoordelijk minister van VROM niet uitgevoerd. 

3g nieuwe feit: 

De publicatie van de 10 vragen die lid Hendriks (fractie Hendriks) U op 

7 november 1997 heeft gesteld. Zie hiervoor op Internet bij de Stichting Sociale 

Databank Nederland op site adres: http://www.worldaccess.nl/~sdn/hendr-12.htm 

4g nieuwe feit: 

De publicatie van de inhoud van het artikel "RIVM bevestigt aan impregneerbedrijf 
Carl Tissen, dat personeel en omwonenden erfelijk vergiftigd worden met 
kankerverwekkende stoffen als arseen en chroom" vanwege het door het ministerie 
van VROM verplicht voorgeschreven stoomfixatieproces . 



Zie hiervoor Stichting Sociale Databank Nederland op site adres: 
http://www.worldaccess.nl/~sdn/tissen-2.htin 

5^ nieuwe feit: 



De publicatie van de inhoud van het artikel "arsenicum vergiftigt Nederlandse bodem 
met medeweten van ministerie van VROM". Zie hiervoor Stichting Sociale Databank 
Nederland op site adres: http://www.worldaccess.nl/~sdn/arseen-l.htni 

6^ nieuwe feit: 



De publicatie van de inhoud van het artikel "Vanuit Nederland wordt heel Buropa 
diffuus vergiftigd; Een grof Milieu-schandaal...!!" Zie hiervoor Stichting Sociale 
Databank Nederland op site adres: http://www.worldaccess.nl/~sdn/arseen-2.htni 

7g nieuwe feit: 

De publicatie van de inhoud van diverse van mijn brieven kunt U eveneens vinden op 
het nu bekende Internet, site adres http://www.worldaccess.nl/~sdn/niilieu.htni met 
de kop "milieu-schandaal, vervuild slib en geimpregneerd hout". 

Ik verzoek U mij in eenduidige bewoordingen en binnen 14 dagen na heden te laten 
weten dat U op grond van bovengenoemde nieuwe feiten Uw ingenomen standpunt, om 
mijn bovengenoemde brieven onder de punten 1, 3, 5 en 7 en mijn toekomstige 
brieven over "arseenhoudende wolmanzouten" en "gewolmaniseerd hout" inhoudelijk 
niet meer te beantwoorden, geheel herroept. 

In dat kader verzoek ik U mijn brieven onder de punten 1, 3, 5 en 7 alsnog inhoudelijk 
en schriftelijk te beantwoorden. 

Deze brief heb ik laten registreren bij de Stichting Sociale Databank Nederland. 

Hoogachtend, 

Ing. A.M.L. van Rooij, 
Milieu- en veiligheidskundige. 

c.c. 

Drs. F.J.M. Crone, 2^ kamerlid van de Pv/dA. 

Mevr. M. Vos, 2^ kamerlid van Groen Links. 

Mw. dr. J.G.M. Assen, 2^ kamerlid van de CDA. 

Mw. M.J. Augusteijn-Esser, 2^ kamerlid van D66. 

J.H. Klein Molekamp, 2^ kamerlid van de WD. 

R.J.L. Poppe, 2^ kamerlid van de SP. 

Mw. H.M. Nijpels-Hezemans, 2^ kamerlid Groep Nijpels. 

D.J. Stellingwerf, 2^ kamerlid RPF. 

G.J. Schutte, 2^ kamerlid GPV. 

W.J. Verkerk, 2« kamerlid AOV. 

Th.J.M. Hendriks, 2^ kamerlid Hendriks. 

Mr.dr. J.T. van den Berg, 2^ kamerlid SGP. 

H.A. Leerkes, 2^ kamerlid Unie 55+. 

Mw. G. Meertens, Statenlid Unie 55+ provincie Limburg. 

A. van Bergen, Raadslid De Groenen gemeente Nijmegen. 

Prof. L. Reijnders, Stichting Natuur en Milieu te Utrecht. 

A. Nigten, NIVON te Amsterdam. 

J. Juffermans, Kleine Aarde te Boxtel. 

H. v/d Wiel, Milieudefensie te Amsterdam. 

C. Tissen, direkteur houtimpregneerbedrijf "Carl Tissen Import Export B.V." 

Postbus 5, 5575 ZG te Luyksgestel. 

Ir. L.M.M. Nevels, direkteur "Edelchemie Panheel B.V." Postbus 5008, 6097 ZG 

Heel. 

H. van Oers, "Bedrijven Kurstjens B.V." De Steegen 6, 5321 JZ te Hedel. 

6 



Drs. N. Burhoven Jaspers MBA, van Polanenpark 58, 2241 RS te Wassenaar. 
J. Hop, Jonkerstraat 24, 3851 DD te Ermelo. 



Bijlagen: 

Deze brief bevat een 7-tal bijlagen bestaande uit 15 pagina's. 



Op deze brief d.d. 7 juli 1997 hebt u als voormalig minister van VROM, 
vanwege financieel eigenbelang, nooit gereageerd ondanks de vele verzoeken 
daarom. U bent dan ook zeer nadrukkelijk persoonlijk verantwoordelijk en 
aansprakelijk voor de totale vergiftiging van Nederland met ten minste 13 
milioen kg arseen en 30 milioen kg Chroom VI. Voor de feitelijke onderbouw 
van dit financiele belang van het ministerie van VROM lees bijgevoegd artikel 
"Aan die 13 MIO kilo Arsenicum en die 30 MIO kilo Chroom VI kan het niet 
gelegen hebben" van 19 januari 2005 van Pamela Hemelrijk ( zie productie 
3 en lees: http://www.libertarian.nl/NL/archives/000361.php ). 
Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als 
herhaald en ingelast te beschouwen. In betreffend artikel van Pamela 
Hemelrijk staat o.a. letterlijk de volgende geschreven: 

Waarom? 

Waarom, o waarom bevordert en subsidieert de Staat der Nederlanden nu al 
vijftien jaar willens en wetens het vergiftigen van haar eigen burgerij? Daar is 
ing. Van Rooij pas recentelijk achter gekomen. De overheid is namelijk in 1986 
een joint venture aangegaan met de Nederlandse petrochemische industrie. 
"AVR Chemie BV", heet dat bedrijf, en de doelstelling luidt: "het op 
verantwoorde wijze verwerken en verwijderen van chemische afvalstoffen". De 
deelnemers in deze joint venture zijn: zeven petrochemische bedrijven (AKZO, 
DSM, Dupont de Nemours, Hoechst, Hoogovens, Shell, Unilever en Dow 
Chemical) alsmede: de Staat der Nederlanden, in casu het ministerie van VROM 
(10 %). en de semeente Rotterdam (45 %). De overheid heeft, kortom, een 
meerderheidsbelang. Architect van deze constructie was indertijd 
milieuminister Winsemius. Hij is trouwens tegenwoordig als "environmental 
advisor" in dienst bij Dow Chemical. Beloning voor verleende diensten wellicht, 
net als het Shell-commissariaat van Kok? Vast staat dat de petrochemische 
industrie zich jaarlijks moet ontdoen van vele tonnen giftig afval, waaronder 
arseenzuur en chroom VI. 

En dat afval hoefde na 1986 niet meer in kostbare deponieen te worden 
opgeslagen; het mocht met winst worden verkocht aan de 

houtimpregneer industrie. Het werd een melkkoe, in plaats van een kostenpost. 
En 55 procent van die winst verdween in de zakken van de Staat. De Staat 
verleende dus eigenlijk illegaal vergunningen aan zichzelf. De overheid deinsde 
er voorts niet voor teruet om valsheid in seschrifte te plesen: de verspreiding 
van arseenzuur is namelijk bij bindende EG-verordening verboden. Om die 
verordening te ontduiken veranderde staatssecretaris Simons van WVC 
indertijd in de toelatingsbeschikking van Super Wolmanzout het woord 
"arseenzuur" in het onschuldiger "arseenpentoxide". Maar dankzij het Pikmeer 
II arrest van de Hoge Raad, dat de overheid immuun heeft gemaakt tegen 
strafvervolging, zal hij hiervoor nooit meer strafrechtelijk kunnen worden 
vervolgd. 

Volgens de criminoloog professor F. Bovenkerk kan het optreden van de Staat 
in deze worden aangemerkt als georganiseerde misdaad in de zin der wet. Hij 
schreef daarover reeds in 1993 een brandbrief aan de toenmalige hoofdofficier 
van justitie mr. Ficq, maar hij zit nog steeds op antwoord te wachten. 

7 



Van Rooij voorspelt dat vele duizenden Nederlanders, als gevolg van deze 
vergiftiging, aan kanker zuUen overlijden. Hoe zit het eigenlijk met de 
statistieken op dit punt? Navraag bij het Integraal Kankercentrum leert dat het 
aantal kankerpatienten in Nederland in de jaren negentig is toegenomen met 
21 % bij de vrouwen, en met 13 % bij de mannen. Deze stijging wordt door het 
IKC geheel en al toegeschreven aan vergrijzing, bevolkingsgroei, betere detectie 
(?), en het toegenomen aantal rokende vrouwen. Dus aan die 13 miljoen 
kilo arsenicum en die 30 miljoen kilo chroom VI kan het niet gelegen hebben. 
Gaat u maar rustig slapen. 

U als voormalig Minister van VROM hebt daarmee gehandeld (en doet dat 
nog steeds maar nu vanuit een andere functie) in strijd met het Indicatief 
Meerjarenprogramma Milieubeheer 1986 - 1990 van de Tweede Kamer der 
Staten Generaal, vergaderjaar 1985 -1986, 19204 nrs. 1-2 ( zie productie 4 ). 
Op Biz. 1, 52, 53, 54 en 54 uit het Indicatief Meerjarenprogramma 
Milieubeheer 1986 - 1990 staat letterlijk het volgende: 

arseenzuur (arseen) is een zwarte lijststof voor water, bodem en lucht) 
chroomtrioxide (chroom VI) is een zwarte lijststof voor lucht 

Deze zwarte lijststoffen zijn zo gevaarlijk dat al in 1986 in internationaal 
verband is besloten dat in het milieu brengen ervan gezien de 
stofeigenschappen, zoals giftigheid - waaronder carcinogeniteit, mutageniteit 
en teratogeniteit - afbreekbaarheid en (bio)accumulatie, die een ernstig risico 
inhouden, via een maximaal brongerichte aanpak met de best bestaande 
techniek moet worden voorkomen. 

Arseenzuur en chroomtrioxide (en hun zouten daarvan) zijn de meest 
kwalijke kankerverwekkende verbindingen die wij kennen. 

Er zijn 4- klassen aan kankerverwekkende stoffen. 

Arseenzuur en chroomtrioxide vallen in de zwaarste klasse, de klasse 1 van 

kankerverwekkende stoffen ( zie productie 5 ). 

Chroomtrioxide en arseenzuur zijn ook nog genotoxisch hetgeen inhoudt dat 
deze stoffen geen veilige drempel kennen. Het eenmaal in je leven 
binnenkrijgen van een molecuul chroomtrioxide of arseenzuur kan op 
termijn al kanker veroorzaken. 

Arseenzuur en chroomtrioxide zijn ook nog reprotoxisch, hetgeen inhoudt 
dat het toxische effecten (o.a. impotentie, fertiliteitproblemen, menstruatie- 
stoornissen, testiskanker) en/of toxische effecten op het geslacht via 
vrouwen en/of mannen (o.a. miskramen, ontwikkelingsstoornissen, 
doodgeboorte) en afwijkingen op het nageslacht als gevolg kunnen hebben 
( zie productie 6 ). 

Chroomtrioxide (chroom Vl-verbindingen) is ook een voortplanting giftige stof 
en kan schadelijk zijn via borstvoeding volgens de criteria van bijlage VI bij 
richtlijn nr. 67/548/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen 
van 27 juni 1967 ( zie productie 7 ). 



8 



Ingevolge die Europese richtlijn moet chroomtrioxide ook nog worden 
geclassificeerd als categoric 1 en 2 mutageen, hetgeen minuscule 
veranderingen kan aanbrengen in het DNA-molecuul bij de mens ( zie 
productie 8 ). 

Arseenzuur en chroomtrioxide lessen goed op in water en kunnen ons 
lichaam via een drietal routes binnendringen ( zie productie 9 en 10). 

- via de lucht (ademhaling) 

- via de huid (aanraking) 

- via het maagdarmkanaal (besmette voeding) 

en zijn daarom levensgevaarlijk. Asbest is een bagatel vergeleken met deze 
stoffen. 

Vroeg of laat komt al het arseen en chroom dat tijdelijk in het 
geimpregneerde hout zit opgeborgen in opgeloste vorm als arseenzuur en 
chroomtrioxide vrij in ons oppervlaktewater, grondwater en drinkwater 
terecht. 

Gewolmaniseerd hout bevat ( zie productie 11 ). 

- 3000 mg/kg arseen. 

- 6000 mg/kg chroom VI. 

Per m3 hout (500 kg. Hout) is dat: 

- 1.500.000 mg = 1.5000.000.000 |ig arseen 

- 3.000.000 mg = 3.000.000.000 (ig chroom. 

Het grondwater is ernstig verontreinigd als het boven de interventiewaarde 
zit. De interventiewaarde bedraagt voor ( zie productie 12 ). 

- arseen 60 |ig/l 

- chroom 30 (ig/1 

Een kuub gewolmaniseerd hout verontreinigd dus op termijn: 

- 25.000.000 liter water met arseen boven de interventiewaarde. 
100.000.000 liter water met chroom boven de interventiewaarde. 

Arseen (arseenzuur) is al vanaf 1986 een zwarte lijststof voor water, bodem 
en lucht en chroom VI (chroomtrioxide) is vanaf 1986 een zwarte lijststof 
voor lucht. Deze zwarte lijststoffen zijn zo gevaarlijk dat in de jaren 80 veelal 
in internationaal verband is besloten dat in het milieu brengen van deze 
stoffen gezien de stofeigenschappen, zoals giftigheid- waaronder 
carcinogeniteit, mutageniteit en teratogeniteit - afbreekbaarheid en 
(bio)accumulatie, die een ernstig risico inhouden via een maximaal 
brongerichte aanpak met de best bestaande techniek moet worden 
vermeden. Dit Internationaal beleid heeft de Staat der Nederlanden met het 
door de Tweede Kamer der Staten-Generaal goedgekeurde Indicatieve 
meerjarenprogramma milieubeheer 1986 - 1990 overgenomen (zie 
productie 4 ). 

Met uw opzettelijke weigering om als verantwoordelijk Minister van VROM de 
gehele Nederlandse bevolking over de hierboven beschreven gevaarsaspecten 
van met arseenzuur en chroomtrioxide (chroom VI) geimpregneerd hout 

9 



eerlijk voor te lichten, bent u hoogst persoonlijk verantwoordelijk en 
aansprakelijk voor de totale vergiftiging van Nederland met tenminste 13 
miljoen kg. arseenzuur en 30 miljoen kg. chroomtrioxide en de miljoenen 
kankerdoden die daar het gevolg van zullen zijn. 

Betreffend superwolmanzout-CO van Hickson Garantor uit Nijmegen was 
afkomstig van Billiton/ Shell. Betreffend bedrijf (Shell) had dit uiterst 
gevaarlijke afval al vanaf 1986 wettelijk tegen zeer hoge kosten eeuwig 
veilig moeten opslaan. Met uw hulp als voormalige minister van VROM heeft 
Shell, via dekmantelbedrijven als Hickson Garantor Nederland B.V. (thans: 
Arch Timber Protection B.V.) en Gebr. van Aarle B.V., betreffend 
hoogproblematisch gevaarlijk afval met honderden miljoenen euro's aan 
overheidsubsidie duur kunnen verkopen, waardoor geheel Nederland is 
vergiftigd met vele miljoenen kilogrammen zeer goed in water oplosbare 
kankerverwekkende stoffen arseenzuur en chroomtrioxide (chroom VI) . 
Miljoenen mensen zullen als gevolg daarvan kanker krijgen. 

Dit kankerkrijgende proces is in Nederland al in voile gang maar mag nooit 
en te nimmer worden toegeschreven aan deze miljoenen kilogrammen 
kankerverwekkende stoffen. Dit omdat dan naar buiten komt dat de 
grootaandeelhouders van Shell, waaronder met name het Koninklijk Huis, 
aan de gehele vergiftiging van Nederland met vele miljoenen kilogrammen 
kankerverwekkende stoffen miljarden euro's aan onrechtmatige inkomsten 
hebben ontvangen die terug zullen moeten worden betaald aan alle 
Nederlanders die hun (grond)eigendommen daarmee hebben vergiftigd 
gekregen en als gevolg van blootstelling daaraan ernstig ziek zijn geworden 
en/of kanker hebben gekregen of nog zullen krijgen. 

U persoonlijk hebt er zeer groot belang bij dat dit gigantische vanuit 
Nederland georganiseerde Internationale vergiftigingsschandaal, waaraan 
miljoenen mensen zullen sterven, nooit naar buiten komt maar voor de 
gehele wereldbevolking eeuwig blijft verzwegen. Dit verklaart, ondanks het 
feit dat u al lang bent gepensioneerd, dat u (samen met o.a. kroonprins 
Willem Alexander) op wereldniveau op cruciale posities terecht bent gekomen 
om daarmee de gigantische water vergiftiging als gevolg daarvan wereldwijd 
onder het kleed te houden, waaronder: 

1 . Plaatsvervangend Voorzitter van de Adviescommissie water, naast 
Z.K.H. Prins Willem-Alexander als voorzitter, lees: 

http: / /www. adviescommissiewater.nl/adviescommissiewater/commis 
sie / samenstelling / wie_is_wie / index, aspx 

2. Als een van de leden van de Strategische Adviescommissie 
Innovatieprogramma's Deze commissie is in het leven geroepen om 
meer structuur te geven aan het innovatiebeleid van het ministerie van 
Economische Zaken. Centraal daarbij staan de sleutelgebieden met 
een groot innovatief potentieel. Water is een van die sleutelgebieden. 
De Boer is ook lid van de Adviescommissie Water (ACW) en voorzitter 
Raad van toezicht bij het watertechnologiecentrum Wetsus. Prins 
Willem Alexander is voorzitter geworden van de 'Advisory board on 
water and sanitation' van de Verenigde Naties. Scheidend secretaris- 
generaal Kofi Annan heeft hem voor die functie gevraagd, nadat eerder 
dit jaar de voorzitter Ryutaro Hashimoto, voormalig minister-president 

10 



van Japan, was overleden. Prins Willem-Alexander kon direct aan de 
slag en zat de negentien leden tellende adviesgroep van 13 tot en met 
15 december 2005 in Tunesie voor. In Tunis stond het 'Hashimoto 
Actieplan' op de agenda. Het plan doet voorstellen voor maatregelen op 
het gebied van financiering, samenwerking, monitoring en 
rampenbestrijding die genomen moeten worden om binnen de 
genoemde tijd de millenniumdoelstellingen te halen. Voor feitelijke 
onderbouw en nog veel meer, lees: 

http : / / netserver2 . net : 80 / waterforum / index. asp?url= / template_d 1 . as 
p&que=paginanr=4707 

3 . Lid Raad van Commissarissen Shell Nederland 

4. Lid Raad van Toezicht Informatie Beheer Groep 

5. Bestuurslid Tijdschrift Noorderhreedte 

6. Voorzitter Raad van Toezicht Medisch Universitair Centrum Groningen 

7. Voorzitter Kenniscentrum Maatschappelijk Verantwoord Ondememen 

8. Voorzitter Raad van Commissarissen W.P.G.Uitgeverij 

9. Vice-voorzitter Raad van Toezicht Wageningen Universiteit 

10. Voorzitter Programmaraad Drents Architectuur Centrum 

1 1 . Voorzitter Technologisch Topinstituut voor Water Wetsus 

12. Lid Strategische Admescommissie Innovatieheleid 

13. Vice-voorzitter Admes Commissie Water 

14. Bestuurslid Health Insurance Fund - HIF 

15. Bestuurslid UNESCO - JHE - Institute for Watereducation 

16. Voorzitter Raad van Advies Milieu- en Natuurplan 

17. President-commissaris van de raad van commissarissen van de 
OMRIN bedrijven, waaronder dekmantelbedrijf Jager Onroerend Goed 
en Beheer BV. Voor feitelijke onderbouw 3 t/m 17 lees: 

http: / /www. margreethdeboer.nl/funkties. htm 

Als President-commissaris van de raad van commissarissen van de OMRIN 
bedrijven werkt u samen met de volgende commissarissen: 

- Hans van den Broek (pvdA), wethouder gemeente Sneek, 
http: //www. sneek.nl/infotvpe/webpage/view. asp?obiectlD=93 

- Jelle Brouwer (CDA), wethouder gemeente Bolsward, 

http: / /www.cdabolsward.nl/?pagina=nieuws&nieuws_volgnr=8 12 

- Hetty Hafkamp (GroenLinks), voormalig wethouder van de gemeente 
Leeuwarden, huidig voorzitter Friese Milieu Federatie, 

http: / /www.friesemilieufederatie.nl/vervolg.php?page= 13&nieuwslD= 
50 

- Sierd van Weperen (WD), wethouder van de gemeente Ooststellingwerf 
http://www.ooststellingwerf.n1/siablonen/2/infotvpe/webpage/view.a 
sp?obiectlD=1164 ) 

- Gerrit Jan Polderman (WD ), burgemeester van de gemeente 
Tytsjerksteradiel, 
http://www.t-diel.nl/infotvpe/webpage/view.asp?obiectlD=517 

- Gerrie van Delft (PvdA), burgemeester van de Gemeente 
Medaldumadeel, http: / /www. menaldumdorp.nl/content/ 

- Kees Zijlstra (PvdA), voormalig Tweede Kamerlid, 
http://nl.wikipedia.org/wiki/Samenstelling_Tweede_Kamer_1989- 
1994 

11 



- Edu Klobbie, voorzitter Vereniging van Kunststof Recyclers, 
http://www.pd-cg.nl/left/nieuws/Nieuws_fullpages/page351.php 

met de wetenschap dat de aandelen van de OMRIN bedrijven voor de voile 
100 procent in handen zijn van betrokken Friese gemeenten, betekent dit 
dat u daarmee een macht hebt weten toe te eigenen die haar weerga niet 
kent. Hoe door u die macht wordt misbruikt kunt u hieronder lezen: 

Bijgevoegd vindt u ons verzoekschrift aan uw PvdA collega Hans Alders 
(commissaris van de Koningin van Groningen) om met toepassing van 
bestuursdwang (art. 18.14, lid 1, Wet milieubeheer) middels het opleggen 
van een dwangsom van € 10.000 per dag tot een maximum van 
€ 1000.000,- de aanvoer, bewerking en afvoer van hout uit bouw- en 
sloopafval door het OMRIN bedrijf Jager Onroerend Goed en Beheer B.V. te 
Midwolde (Leek) zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken (art. 18. 
16, lid lb. Wet milieubeheer) te laten beeindigen (zie productie 13). 
Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als 
herhaald en ingelast te beschouwen. Als motivering van betreffend 
bestuursdwangverzoek schrijven wij letterlijk het volgende: 

In voorschrift 5.2.3 uit de op 18 juli 2006 aan Jager Onroerend Goed en 
Beheer B.V. verleende milieuvergunning staat letterlijk het volgende 
geschreven: 

"5.2.3. Hout moet ten behoeve van de ter beschikking staande 
hergebruiksmogeliikheden worden gescheiden in A-, B-, en C- Hout." 

Dit voorschrift 5.2.3 kan onmogelijk worden nageleefd op grond van de 
volgende feiten: 

- A-hout (is onbehandeld hout) 

- B-hout (is geverfd, gelakt of verlijmd hout) 

- C-hout (is verduurzaamd CCA-hout en CC-hout) 

Het 4-tal feiten waarop dit voorschrift 5.2.3 onmogelijk kan worden nageleefd 
zijn: 

1) CCA-hout bevat tussen de 2000 en 2600 mg/kg arseen, tussen de 
1300 en 4800 mg/kg chroom VI en tussen de 800 en 2600 mg/kg 
koper en moet ingevolge de Europese afvalstoffenlijst (EURAL) als 
gevaarlijk afval worden verwijderd en verwerkt zie productie 14 of 
kijk op webpagina: http: / /www. sdnl.nl/epon-3.htm ). 

2) In de afvalfase is zo'n 50-80 % van het CCA-hout overgeverfd of gelakt, 
waarmee door een verf- of laklaag betreffend C-hout is omgetoverd tot 
B-hout. 

3) In de afvalfase heeft het overige CCA-hout dat niet is overgeverfd of 
gelakt, als gevolg van verwering, een gelijke grijze kleur als 
onbehandeld hout, waarmee door verwering het C-hout is omgetoverd 
tot A-hout. 

4) Met het niet gescheiden binnenkrijgen van afvalhout uit bouw-en 
sloopafval wordt het onzichtbare gevaarlijk afvalgedeelte (CCA-hout en 
CC-hout) verdund met het eveneens onzichtbare niet gevaarlijk 
afvalgedeelte (onbehandeld hout) . Het op deze wijze verdunnen van 

12 



enorme grote hoeveelheden gevaarlijk afval tot (mogelijk) onder de 
grens van gevaarlijk afval is wettelijk verboden. 

Op grond van bovengenoemd 4-tal feiten heeft de Afdeling 
bestuursrechtspraak van de Raad van State hierover bij uitspraak no's 
F03.98.0171, F03.98.0179, F03.98.0180, F03.98.0181, F03.98.0182, 
F03.98.0183 en F03.98.0184 op 19 augustus 1998 letterlijk het volgende 
beslist ( zie productie 15 of kijk op webpagina http: / /www.sdnl.nl/uit- 
rsOl.htm) : 

"Uit het door de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak uitgebrachte 
deskundigenbericht is gebleken dat verduurzaamd hout niet visueel valt te 
onderscheiden van onbehandeld hout". 

Deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 
is wetenschappelijk onderbouwd met een, in een deskundigenrapport 
vastgelegd, onderzoek van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak. 

Met het opnemen van dit voorschrift 5.2.3 in de op 18 juli 2006 verleende 
milieuvergunning verplichten Gedeputeerde Staten van Groningen het bedrijf 
Jager Onroerend Goed en Beheer B.V. tot het verdunnen van gevaarlijk 
afval, ondanks de wetenschap dat een anti-mengclausule in het derde lid 
van artikel 4 van de Regeling Europese afvalstoffenlijst (Eural; Stcr. 17 
augustus 2001, nr. 158, biz 9) het mengen van gevaarlijk afval met ander 
afval (zgn. verdunnen) verbiedt. 

Met het opnemen van dit voorschrift 5.2.3 in de op 18 juli 2006 verleende 
milieuvergunning wordt door Gedeputeerde Staten van Groningen 
veroorzaakt dat binnen alle betrokken Nederlandse gemeenten bij het 
afgeven van bouw- en sloopvergunningen de voorschriften uit hun 
gemeentelijke bouwverordeningen en de Europese Afvalstoffenlijst (EURAL) 
worden overtreden. 

Dat op de bouw- en sloopplaats het visueel niet te scheiden verduurzaamde 
bouw- en sloophout onder de codenummers: 170204* of 200137* ingevolge 
de Europese Eural als gevaarlijk afval moet worden verwijderd en verwerkt 
heeft het ministerie van VROM nota bene zelf berekend. Als feitelijk bewijs 
daarvoor vindt bijgevoegd een 9-tal hierop betrekking hebbende pagina's uit 
de Handreiking Eural van augustus 200 1 van het ministerie van VROM ( zie 
productie 16 ). Als conclusie staat daarin letterlijk het volgende geschreven: 

"Op basis van de beschikbare informatie wordt geconcludeerd dat de afvalstof 
'CCA-afvalhout'" als gevaarlijk afval moet worden ingedeeld conform de Eural 
afhankelijk van de herkomst van deze afvalstof kan de stroom worden 
gecodeerd als 170204* of 200137*". 

Deze Eural is in Nederland in werking getreden per 1 januari 2002 waarbij 
aan betrokken bedrijven een overgangsperiode is vergund tot 1 januari 2003. 
Als feitelijk bewijs vindt u bijgevoegd de brief van minister J. P. Pronk van 
VROM, inzake inwerkingtreding Eural-regelgeving, met als nummer 
SAS/2001 144547, aan de Colleges van gedeputeerde staten van de 

13 



provincies en aan de colleges van burgemeester en wethouders van de 
gemeenten ( zie productie 17 ). 

De bouwverordening van de gemeente Rotterdam vindt u op de volgende 
webpagina: http://www.bds.rotterdam.nl/content.isp?obiectid=158130 
Onder artikel 4.11, lid la, en artikel 8. 1.2, lid 5 van betreffende 
bouwverordening staat letterlijk het volgende voorgeschreven: 

Artikel 4. 1 1 Bouwafval 

1 . Het bouwafval moet op de bouwplaats ten minste worden gescheiden in de 

volgende fracties: 

a. de als gevaarlijk aangeduide afvalstoffen van hoofdstuk 17 van de 

Afvalstoffenlijst behorende bij de Regeling Buropese afvalstoffenlijst (EURAL; 

Stcr. 17 augustus 2001, nr. 158, biz. 9.); 

Artikel 8.1.2 Aanvraag sloopvergunning 

5. Indien op grond van het historisch gebruik te verwachten valt dat een te 
slopen bouwwerk c.q. een te slopen gedeelte van een bouwwerk is verontreinigd 
met de als gevaarlijk aangeduide afvalstoffen van hoofdstuk 17 van de 
Afvalstoffenlijst behorende bij de Regeling Europese afvalstoffenlijst (EURAL 
Stcr. 17 augustus 2001, nr. 159, biz. 9), dient een onder zoek te worden 
ingesteld naar de vermoedelijke verontreiniging en moet het rapport met de 
uitslag van dit onderzoek bij de aanvraag om sloopvergunning worden gevoegd 

Met het opnemen van voorschrift 5.2.3 in de op 18 juli 2006 verleende 
milieuvergunning overtreedt niet alleen Jager Onroerend Goed en Beheer 
B.V. maar ook alle betrokken gemeenten, vanwaar het bouw- en sloophout 
afkomstig is, hun eigen bouwverordening en de daarin opgenomen Regeling 
Europese afvalstoffenlijst (EURAL; Stcr. 17 augustus 2001, nr. 158. blz.9). 

Hoever U gaat met het vergiftigen van de mensheid maken de 
kennisgevingen NL120563 van 16 januari 2007 ( zie productie 18 ) en 
NLl 14689 van 8 januari 2007 ( zie productie 19 ) van ir. J.J.D. van der 
Steen, namens de Staatssecretaris van VROM, glashelder. 

In die kennisgevingen is door de heer ir. J.J.D. van der Steen, namens de 
Staatssecretaris van VROM, kennisgeving gedaan van grensoverschrijdende 
overbrengingen van A/B-hout van maar liefst 30 miljoen kilogram verdund 
gevaarlijk afval van de tot OMRIN behorende bedrijven waaronder Bouw en 
Sloopafvalverwerking Friesland Ecopark de Wierde en Afvalverwerking 
Groningen B.V. (hetgeen onderdeel uitmaakt van Jager Onroerend Goed en 
Beheer B.V.) naar het bedrijf Biro GmbH Am Nordhafen 5, 26871 Papenburg 
in Duitsland. In die kennisgevingen schrijft de heer ir. J.J.D. van der Steen, 
namens de Staatssecretaris van VROM, letterlijk het volgende: 

"De onder havige afvalstoffen worden aangemerkt als niet-gevaarlijk afval als 
bedoeld in de regeling Europese afvalstoffenlijst (Stcrt. 2002.62)" 

Hiermee heeft de heer ir. J.J.D. van der Steen, namens de Staatssecretaris 
van VROM, zeer nadrukkelijk valsheid in geschrifte gepleegd om daarmee de 
Europese Verordening (EEG) 259/93 te ontduiken. 0ns inziens kan het ook 
niet anders zijn dat ir. J.J.D. van der Steen onder druk van u als voormalig 
minister van VROM deze valsheid in geschrifte heeft gepleegd. 

14 



Dit verklaart dat u zijnde, Margreeth de Boer, als voormalig Minister van 
VROM, hierover in 1996 geen verantwoording durfde af te leggen voor 
16 miljoen Nederlanders op TV in 2Vandaag. 

Betreffende 2Vandaag uitzending kunt u zien en beluisteren op webpagina: 
http: / 766. 197. 141 ■254/video/2vandaag.wmv 

Op grond van bovengenoemde feiten richten wij aan u, zijnde Margreeth de 
Boer, als huidig President-commissaris van de raad van commissarissen van 
Afvalsturing Friesland het nadrukkelijke verzoek: 

I. Om bij OMRIN bedrijf Jager Onroerend Goed en Beheer BV en 
andere OMRIN bedrijven de aanvoer, bewerking en afvoer (naar 
Duitsland) van sloophout (verdund gevaarlijk afval) onmiddellijk te 
laten beeindigen; 

II. Om bij alle gemeenten in Friesland en Groningen die maatregelen te 
treffen die ervoor zorgen dat het verlenen van sloopvergunningen en 
bouwvergunningen overeenkomstig de bouwverordening 
plaatsvinden, waarin voorschriften zijn opgenomen die ervoor 
zorgen dat het gewolmaniseerde hout op de sloop- of bouwplaats 
overeenkomstig de Europese Afvalstoffenlijst (EURAL) wordt 
gescheiden als gevaarlijk afval en gescheiden wordt afgevoerd en 
verwerkt als gevaarlijk afval door een erkende gevaarlijk afval 
verwerker. 

De hierboven beschreven enorme milieu- en gezondheidsschade die met uw 
hulp is aangericht kan door de gemeenschap nooit meer worden opgebracht 
en loopt reeds in de honderden miljarden euro's. Omdat deze schade het 
gevolg is van het feit dat de Nederlandse houtimpregneerbedrijven een 
gebrekkig product hebben verkocht aan de consument, zonder hen vooraf 
over die gebreken te hebben voorgelicht, betekent dat zij al die schade zullen 
moeten betalen. U als minister van VROM hebt als zodanig beslist in uw 
brief van 19 augustus 1996, kenmerk: IBP96040460, aan 
houtimpregneerbedrijf Carl Tissen Import Export B.V. ( zie productie 20 of 
lees op internet: http: / /www. sdnl.nl/tissen-3.htm ). Wij verzoeken u kennis 
te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te 
beschouwen. 

In betreffende brief hebt u letterlijk het volgende geschreven: 



DIRBCTORAAT-GBNERAAL MILIBUBBHBBR Carl Tissen Import Bxport BV 

Dir. Industrie, Bouw, Producten, Consumenten t.a.v. dhr. C. Tissen 

Afdeling Producten Postbus 5 

JKK09653.brf 5575 ZG LUYKSGBSTBL 

Uw kenmerk Uw brief Kenmerk Datum 

3 juli 1996 IBP96040460 19 AUG. 1996 

Onderwerp: Productaansprakelijkheid 

15 



Geachte heer Tissen, 

In uw brief van 6 juli j.l. verzoekt U mij aan te geven op welke grondslag ik U op 21 
februari 1995 heb doen berichten dat de aansprakelijkheid voor geproduceerde 
producten, in casu geimpregneerd hout, berust bij de producent. Dienaangaande kan 
ik U als volgt berichten. 

Met de zinsnede over productaansprakelijkheid in de brief van U van 21 februari 1995 
werd niets anders bedoeld dan een verwijzing naar de civielrechtelijke 
productaansprakelijkheid. Op grond van Boek 6 van het Nieuw Burgerlijk Wetboek 
bestaat er immers een civielrechtelijke (risico)- Aansprakelijkheid van de producent 
ten gevolge van een gebrek in een door hem geproduceerd Product (artikel 185 t/m 
193). Bovendien geldt op grond van de artikelen 175 en 176 een 

risicoaansprakelijkheid voor producenten met betrekking tot gevaarlijke stoffen en 
verontreiniging van Lucht, water en bodem. 

Hoogachtend, 

De Minister van Volkshuisvesting, 

Ruimtelijke Ordening en MUieubeheer, 

Margaretha de Boer 



Gezien de inhoud van deze door u als minister van VROM ondertekende 
brief d.d. 19 augustus 1996 aan houtimpregneerbedrijf Carl Tissen Import 
Export B.V. kunnen wij niet begrijpen dat u ten voordele van deze 
houtimpregneerbedrijven via OMRIN dekmantelbedrijven die onder de 
Afvalsturing Friesland vallen massaal de wet overtreedt. 

Op grond van bovengenoemde feiten richten wij aan u, zijnde Margreeth de 
Boer, als huidig President-commissaris van de raad van commissarissen van 
Afvalsturing Friesland, het volgende nadrukkelijke verzoek: 

111. Verhaal de honderden miljarden schade die de Nederlandse 
houtimpregneerbedrijven hebben veroorzaakt als gevolg van de 
levering van hun geproduceerde gebrekkige producten, in casu 
geimpregneerd hout, overeenkomstig uw eigen bovengenoemd 
schrijven d.d. 19 augustus 1996 als voormalig minister van VROM 
bij alle houtimpregneerbedrijven die betreffende "gebrekkige 
producten" hebben geproduceerd en aan de hierover foutief 
voorgelichte consumenten hebben verkocht. 

Het moge u duidelijke zijn dat u uw eigen besluit van 19 augustus 1996 aan 
houtimpregneerbedrijf Carl Tissen Inmport Export B.V. als voormalig 
minister van VROM na 10 jaar niet kunt afvallen en zult moeten overgaan tot 
het nemen van die juridische maatregelen die nodig zijn dat de Nederlandse 
houtimpregneerbedrijven deze bij de consumenten aangerichte honderden 
miljarden milieu- en gezondheidsschade zullen moeten vergoeden. 
Wij verzoeken u dan ook als zodanig te gaan handelen en ondergetekende 
dat schriftelijk te bevestigen. 

16 



Milieu- en Arbo-Certificering 

Bovengenoemd bedrijf Jager in Midwolde is sinds juli 2006 gecertificeerd 
voor ISO 14001: 2004 (milieunorm) en OHSAS 18001:1999 
(arbeidsomstandigheden- en veiligheidsnorm) . Als feitelijk bewijs daarvoor 
lees op internet: http://www.omrin.nl/Nieuws/Nieuws/nws_294.aspx 
Daarin staat letterlijk het volgende geschreven: 



De diverse bedrijfsonderdelen van Omrin en Jager Midwolde zijn het afgelopen jaar 
druk bezig geweest met de certificering van hun activiteiten. Sinds maart 2007 is 
Omrin gecertificeerd. Jager Midwolde kon in de zomer van vorig jaar reeds de 
certificaten in ontvangst nemen. 

Jager Midwolde gecertificeerd 

Jager Midwolde is sinds juli 2006 gecertificeerd voor: 

• ISO 9001:2000 (kwaliteitsnorm) 

• ISO 14001:2004 (milieunorm) 

• OHSAS 18001:1999 (arbeidsomstandigheden- en veiligheidsnorm) 

• SVMS-007 (sloopnorm) 

Jager Midwolde was reeds in het bezit van de certificaten VCA** (veiligheidschecklist 
aannemers), de BRL 5050 (asbestverwijdering) en de BRL 2506 (recyclinggranulaten). 

Omrin gecertificeerd 
Omrin is gecertificeerd voor 

• ISO 9001:2000 

• ISO 14001:2004 

• OHSAS 18001:1999 

De afgelopen paar jaren heeft Omrin hard gewerkt aan het opbouwen van een 
geintegreerd managementsysteem. De aspecten kwaliteit, milieu, 
arbeidsomstandigheden en veiligheid krijgen hierdoor structurele aandacht. Het 
inzichtelijk maken van de succesfactoren en de risico's van de activiteiten binnen 
Omrin vormen de uitgangspunten van dit systeem. ledereen, van hoog tot laag, heeft 
hier zijn steentje aan bijgedragen. 

Continue verbetering 

Het managementsysteem draagt ertoe bij dat continu wordt verbeterd. Continue 
verbetering bij Omrin zal zich uiten in een steeds betere en veiligere werkomgeving 
voor de medewerkers en ook in een veilige en gezonde leefomgeving. Wat kwaliteit 
betreft, willen we onze processen steeds beter stroomlijnen en deze goed af stemmen 
op die van onze klanten en andere belanghebbenden. 



Het moge iedereen duidelijk zijn dat KIWA haar certificaten: 

- ISO 14001:2004 (milieunorm) en 

- OHSAS 18001:1999 (arbeidsomstandigheden- en veiligheidsnorm) 
hierop met onmiddellijke ingang bij bovengenoemd bedrijf Jager in 
Midwolde zullen moeten intrekken. Ondergetekende heeft KIWA daar reeds 
om verzocht. Daarbij zal een afschrift van deze brief aan u als onderbouwing 
worden overlegd. 

17 



Een kopie van deze brief hebben wij verder laten toekomen aan Ine Veen, de 
schrijfster van het boek "Moord namens de 'kroon'?" 

Ook zal een afschrift van per e-mail worden verstuurd aan minimaal de 
volgende redacties: 

- Leeuwarder Courant 

- Dagblad van het Noorden 

- Het Echte Nieuws; 

- SDN; 

- Groepzuid; 

- Katholiek Nieuwsblad; 

- Eenvandaag; 

- Tribune SP; 
Kleintje Muurkrant. 

De machtiging van client vindt u bijgevoegd ( zie productie 21 ) . 

In afwachting van uw spoedige beslissing op bovengenoemde verzoeken 1, 11 
en 111 verblijven wij; 



Hoogachtend 

Ecologisch Kennis Centrum B.V. 

Voor deze, 



Ing. A.M.L. van Rooij 
directeur 



Bijlage 

Deze brief bevat een 21-tal producties, bestaande uit 121 pagina's 



18